Woordjes leren met dyslexie: zo pak je het aan
Woordjes leren is voor veel brugklassers lastig. Met dyslexie kost het nog meer moeite: het lezen gaat langzamer en spelling blijft minder goed hangen. Met een paar slimme keuzes wordt het een stuk makkelijker.
1. Leer in groepjes van vijf
Een lijst van dertig woorden is te veel. Werk met vijf woorden tegelijk. Pas als die goed gaan, komt het volgende groepje erbij. Herhaal de eerdere groepjes even kort mee.
2. Eerst herkennen, dan zelf ophalen
Begin met de makkelijke kant: wat betekent la fenêtre? Kies uit een paar antwoorden. Daarna de moeilijke kant: hoe zeg je het raam in het Frans? Zelf iets uit je geheugen halen is de beste manier om het te onthouden, ook als het de eerste keer nog niet lukt.
3. Schrijven komt als laatste
Voor een kind met dyslexie is spellen het moeilijkste deel. Laat je kind eerst de betekenis kennen, en oefen pas daarna het schrijven. Zo gaat de energie eerst naar het onthouden.
4. Horen, zien, zeggen
Laat het woord voorlezen, kijk ernaar, en zeg het hardop na. Meerdere zintuigen tegelijk helpen het geheugen. Een plaatje of een grappig ezelsbruggetje maakt het nog sterker.
5. Elke dag een beetje
Tien minuten per dag, vijf dagen lang, werkt veel beter dan een uur op de avond voor de toets. Je hersenen hebben slaap en tijd nodig om woorden vast te zetten. Herhaal vooral de woorden die bijna vergeten zijn.
6. Wees mild met spelfouten
Schreef je kind fenetre in plaats van fenêtre? Dan kent het het woord wel, alleen het accent mist nog. Zeg dat er ook zo bij. Rode strepen zonder uitleg maken een kind vooral onzeker.
Hoe Zevenkeer hierbij helpt
Je kind maakt een foto van de woordenlijst. Zevenkeer maakt er kaarten van, leest alles voor, oefent in groepjes van vijf en gaat van herkennen naar zelf ophalen naar schrijven. Spelfouten worden mild beoordeeld, met uitleg over wat er misging.
Geen betaalgegevens nodig. De proef stopt vanzelf.