Leren met dyslexie: wat helpt?

Dyslexie gaat over lezen en spellen, niet over slim zijn. Een kind met dyslexie kan de stof prima begrijpen, maar het lezen en schrijven kost veel energie. De kunst is om die energie te sparen voor het onthouden.

Kleine stukjes, vaak herhalen

Twintig woorden in één keer is voor bijna elk kind te veel, en voor een kind met dyslexie zeker. Werk met groepjes van vijf. Pas als die zitten, komt het volgende groepje. Herhaal de eerdere groepjes even kort mee.

Herhalen werkt het best als er tijd tussen zit: vandaag, morgen, over twee dagen, over vier dagen. Wat bijna vergeten is, zet zich dan het best vast.

Meerdere zintuigen tegelijk

Horen, zien, hardop zeggen en schrijven versterken elkaar. Laat een woord voorlezen, kijk er naar, zeg het na en schrijf het daarna pas. Een plaatje of een klein ezelsbruggetje helpt ook.

Eerst herkennen, dan zelf ophalen

Begin met herkennen: wat betekent la fenêtre? Dat is makkelijker dan het zelf bedenken. Daarna de andere kant op: hoe zeg je het raam in het Frans? En pas als dat lukt, schrijven. Zelf ophalen uit je geheugen is de sterkste manier van leren, ook als het nog niet meteen lukt.

Fouten zijn informatie

Een kind met dyslexie krijgt vaak rode strepen. Leg liever uit wat er misging: vergat je het accent, was het lidwoord anders, haalde je twee woorden door elkaar? Dan weet je kind waar het op moet letten.

Lezen makkelijker maken

Plannen tot de toets

Stress maakt leren moeilijker. Weet je de toetsdatum vroeg, dan kun je de stof verdelen over de dagen: elke dag een klein stuk, en de dag ervoor een oefentoets. Liever tien minuten per dag dan een uur op de laatste avond.

Voor ouders

Meer weten? Kijk bij Dyslexie Centraal, Balans of de International Dyslexia Association.

Meer lezen

Probeer Zevenkeer 14 dagen gratis